Waarlijk Wonderbaarlijke Wetenschap

Sikkel-dragende skeletten in een laat-middeleeuws Pools kerkhof duiden op duistere begrafenisrituelen

Een van de doden, begraven met een sikkel over de hals - foto M. Polcyn

In het noordwesten van Polen, ongeveer een kilometer buiten het dorp Drawsko (circa 100 km ten oosten van Szczecin), hebben archeologen opgravingen gedaan op een kerkhof uit de 17de- of 18de-eeuw en 330 graven blootgelegd. In zes graven zijn er bijzondere omstandigheden ontdekt die wijzen dat de doden als potentiële ‘vampiers’ werden beschouwd: op vier skeletten was een sikkel over de hals gelegd, bij een vijfde over de heupen en op een zesde skelet was een steen op de hals gelegd. Welke omstandigheden hebben hun dorpsgenoten aangezet tot deze duistere begrafenisrituelen?

Dracula uit de film

Dracula uit de film.

Vampiers in Oost-Europa
Het geloof in vampiers of on-doden is in volksgeloof en literatuur wijdverspreid; denk aan Bram Stoker’s ‘Dracula’. In Oost-Europa is het begrip vampier bekend sinds de 11de eeuw, maar de oorsprong moet waarschijnlijk gezocht worden in de oude culturen van Egypte, Griekenland en Rome. Alhoewel het begrip varieert in verschillende culturen, duidt het oud-Poolse volksgeloof een onzuivere geest aan die een dood lichaam reanimeert en hiermee kwaad aanricht bij de levenden.

Wat maakt een overledene tot ‘vampier’? Door de tijden heen waren sommige individuen op een bepaalde manier afwijkend van de gemiddelde bewoner door uiterlijk, gedrag, afkomst of andere oorzaken. In de laat-Middeleeuwse, streng-religieuze maatschappij was ‘afwijkend’ al snel verdacht. Ook in West-Europa kenden we heksenvervolgingen. Redenen waarom iemand als vampier beschouwd werd kon zijn:

Bijzondere, bovennatuurlijke krachten hebben (zoals hekserij);
Een opvallend afwijkend uiterlijk, zoals een sterk behaard lichaam, doorlopende wenkbrauwen, een rood uiterlijk of groot hoofd;
Op een ‘ongunstige’ manier overleden: verdrinking, zelfmoord, moord of in een vroeg stadium slachtoffer geworden van een besmettelijke ziekte, zoals de pest;
Afkomstig uit een andere streek en alleen daardoor al ‘afwijkend’.

De wand van de kist is duidelijk zichtbaar naast het skelet van het meisje (14-19 jaar) - foto M. Polcyn

De wand van de kist is duidelijk zichtbaar naast het skelet van het meisje (14-19 jaar) – foto M. Polcyn.

Oudere vrouw (45-49 jaar) met een munt in de mond en een steen op de nek geplaatst - foto L.A. Gregoricka.

Oudere vrouw (45-49 jaar) met een munt in de mond en een steen op de nek geplaatst – foto L.A. Gregoricka.

Onderzoek van de skeletten
Dát er bijzondere omstandigheden waren bij de individuen van de zes genoemde skeletten staat bij onderzoekers Marek Polcyn en Elzbieta Gajda buiten kijf; de foto’s van de skeletten bevestigen dit. Men vermoed dat in vier gevallen er een sikkel geplaatst is over de hals om te voorkomen dat het lichaam na de dood zou herrijzen. In dat geval zou de keel doorgesneden worden. De sikkel op de heup en de steen op de hals zijn moeilijker te duiden.

Om antwoord te krijgen op de vraag waarom juist deze personen zo een bijzondere begrafenis kregen werd er onderzoek gedaan naar zowel de zes bijzondere skeletten als andere begravenen op het kerkhof. Een eerste onderzoek werd gedaan naar de mogelijke afkomst van de doden uit een andere streek.

Het meisje van 14-19 jaar is, behalve met een sikkel, ook met een koperen haarband en munt begraven - foto M. Polcyn

Het meisje van 14-19 jaar is, behalve met een sikkel, ook met een koperen haarband en munt begraven – foto M. Polcyn.

Hiervoor werd gebruik gemaakt van radiogene strontiumisotoop analyse, een methode waarbij het glazuur van de tanden wordt onderzocht op bepaalde sporen. Samenstelling van bijvoorbeeld de grond waarop men leeft in een bepaalde streek laten al op jonge leeftijd sporen na in het glazuur. Zowel bij mens als dier kan daardoor vastgesteld worden of iemand uit een andere streek afkomstig is. Bij vijf van de zes bijzondere skeletten bleek echter dat de individuen afkomstig waren uit de omgeving; bij een zesde skelet, van een oudere vrouw, ontbraken alle tanden en kon dit dus niet vastgesteld worden. Onder de ‘gewone’ begravenen werden wel enkele immigranten gevonden.

Een andere indicatie van afwijkendheid kan een ‘ongunstige’ of afwijkende dood zijn. Onderzoek van de skeletten wijzen echter niet op een besmettelijke of andere ziekte en er werden ook geen sporen van een gewelddadige dood aangetroffen. Vijf van de zes zijn waarschijnlijk gewoon door ouderdom overleden, terwijl aan het skelet van het meisje ook niets werd gevonden dat op een onnatuurlijke dood wijst.

Kaart van Drawsko 1 begraafplaats: in rood de 'vampiergraven', in blauw de graven van personen uit een andere streek.

Kaart van Drawsko 1 begraafplaats: in rood de ‘vampiergraven’, in blauw de graven van personen uit een andere streek.

Raadsels blijven
Het is opvallend dat de zes skeletten gewoon tussen die van de andere overleden dorpelingen begraven werden (zie plattegrond kerkhof). Zelfmoordenaars werden bijvoorbeeld vroeger niet in ‘gewijde grond’ begraven. Deze zes mensen werden gewoon op het kerkhof tussen andere dorpelingen begraven en kregen een christelijke begrafenis. Toch namen de nabestaanden deze duistere voorzorgsmaatregelen. Polcyn en Gajda hopen dat verder wetenschappelijk onderzoek van de skeletten, zoals biomoleculaire analyse, meer aan het licht mag brengen in deze duistere zaak.

Bron: L.A. Gregoricka, T.K. Betsinger, A.B. Scott, M. Polcyn – Apotropaic Practices and the Undead: A Biogeochemical Assessment of Deviant Burials in Post-Medieval Poland (2014).




Aantal keren gelezen:831.

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather
FacebookrssFacebookrssby feather

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *