Waarlijk Wonderbaarlijke Wetenschap

Eerste veldslag in Nederland mondde uit in genocide door de troepen van Julius Caesar

De Tencteri, tekening History Files.

Tijdens een persconferentie op 11 december in het Allard Pierson Museum maakte de archeoloog Nico Roymans van de Vrije Universiteit Amsterdam bekend dat de plaatst is gevonden waar in Nederland de eerste grote veldslag plaatsvond tussen de troepen van de Romeinse veldheer en staatsman Julius Caesar en twee Germaanse stammen, de Tencteri en Usipetes, in het jaar 55 voor het begin van onze jaartelling. Deze veldslag vond plaats bij de huidige dorpen Kessel (NB) en Heerewaarden (Gld).

Tot op heden was de exacte plaats, waar Caesar over schreef in zijn beschrijving van de verovering van Gallië, De bello Gallico, onbekend. Er werd zelfs lang aan getwijfeld of Caesar ooit voet op Nederlandse bodem heeft gezet. Aan de hand van historisch, archeologisch en geochemisch onderzoek is deze plaats nu definitief vastgesteld.

De veldtocht van Caesar in Nederland en de locatie van de massaslachting op de Tencteri en Usipetes bij het huidige Kessel.

De veldtocht van Caesar in Nederland en de locatie van de massaslachting op de Tencteri en Usipetes bij het huidige Kessel.

Germaanse stammen trekken naar Nederland
De veldslag tegen de Germaanse stammen moet gezien worden in het brede kader van de Gallische Oorlog (58 – 51 voor het begin van onze jaartelling), waarbij Caesar een gebied voor Rome veroverde dat ongeveer overeenkomt met het huidige Frankrijk. Tijdens deze oorlog was er een voortdurende dreiging van invallen van Germaanse stammen, die al eerder ook tot in Italië binnengedrongen waren en daar met zware verliezen aan de Romeinse kant waren teruggedrongen.

Bij Kessel gevonden schedelfragment van een volwassen vrouw met boven de oogkas een gat, veroorzaakt door een werpspeer.

Bij Kessel gevonden schedelfragment van een volwassen vrouw met boven de oogkas een gat, veroorzaakt door een werpspeer.

De Romeinen waren daarom zeer beducht voor de Germanen en kenden ze als goede strijders en ruiters. Toen de Germaanse stammen Tencteri en Usipetes vanaf de oostelijke Rijnover de Nederlandse delta waren ingetrokken en aan Caesar toestemming vroegen om zich daar te mogen vestigen, zullen de Romeinen dat waarschijnlijk als een groot veiligheidsrisico hebben gezien.

Slag bij Kessel
De toestemming werd door Caesar geweigerd en het Romeinse leger, bestaande uit acht legioenen van circa 3.500 man elk, aangevuld met cavalerie, trok ten strijde tegen de Germanen. Nadat het basiskamp van de Tencteri en Usipetes was veroverd vluchtten de Germanen westwaarts, totdat zij bij de samenvloeiing van Maas en Waal niet meer verder konden. Daar vond een massale slachting plaats, waarbij waarschijnlijk ruim 150.000 Germanen, inclusief vrouwen en kinderen, om zijn gekomen. Velen vluchtten de rivier in en verdronken daarin. De lijken van de slachtoffers werden door de Romeinen eveneens in de rivier geworpen.

Caesar beschrijft de slag en de massamoord zonder enige gêne in deel IV van zijn verslag over de Gallische Oorlog, Commentarii de Bello Gallico. Tegenwoordig lezen wij een verslag van een dergelijke massamoord, vooral op non-combattanten, met afschuw en zien dit als genocide. In die tijd bestonden dergelijke ethische bezwaren echter niet; ook elders in de Gallische Oorlog werden van overwonnen volkeren de aristocratie uitgemoord en de bevolking in slavernij afgevoerd.

Kaart met de huidige loop van Maas en Waal nabij Kessel. Gearceerd de oude Maasbedding.

Kaart met de huidige loop van Maas en Waal nabij Kessel. Gearceerd de oude Maasbedding.

In de Maas bij Kessel gevonden zwaarden uit de IJzertijd. (VU Amsterdam)

In de Maas bij Kessel gevonden zwaarden uit de IJzertijd. (VU Amsterdam)

Archeologische vondsten
Bij baggerwerkzaamheden bij de Brabantse plaats Kessel zijn tussen 1975 en 1995 door amateurarcheologen een groot aantal vondsten gedaan van zwaarden en andere militaria uit de Late IJzertijd, erop duidend dat daar een veldslag heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn er grote aantallen skeletdelen gevonden, vooral van mannen, maar ook van vrouwen en kinderen, waar duidelijk in veel gevallen aan valt af te zien dat zij verwondingen hebben opgelopen van zwaarden en speren, dus een gewelddadige dood hebben gevonden.

Recent is door Lisette Kookter van de VU Amsterdam onderzoek gedaan naar het tandglazuur van enkele skeletten. Hiervoor werd gebruik gemaakt van radiogene strontiumisotoop analyse, een methode waarbij het glazuur van de tanden wordt onderzocht op bepaalde sporen. Samenstelling van bijvoorbeeld de grond waarop men leeft in een bepaalde streek laten al op jonge leeftijd sporen na in het glazuur. Zowel bij mens als dier kan daardoor vastgesteld worden of iemand uit een andere streek afkomstig is. Uit dit onderzoek bleek inderdaad dat de resten van mensen afkomstig waren die niet autochtoon in het Nederlandse rivierengebied waren.

Onderdelen van menselijke skeletten uit de Late IJzertijd, opgebaggerd te Kessel.

Onderdelen van menselijke skeletten uit de Late IJzertijd, opgebaggerd te Kessel.

Op basis van deze vondsten en in combinatie met de historische gegevens kan men met zekerheid concluderen dat de slag tegen en de massamoord op de Tencteri en Usipetes inderdaad bij Kessel heeft plaatsgevonden en dat de stoffelijke overschotten met de wapens daarna in de Maas zijn geworpen.

Verslag van Caesar zelf
Julius Caesar beschrijft het gebeurde in De Bello Gallico (deel IV) als volgt:

Julius Caesar - Nationaal Archeologisch Museum van Napels.

Julius Caesar – Nationaal Archeologisch Museum van Napels.

‘Met mijn leger (…) arriveerde ik al bij het vijandelijke kamp voordat de Germanen door konden hebben wat er gebeurde. Door dit alles raakten ze plotseling in paniek: wij waren snel ter plaatse, hun stamhoofden ontbraken, en zij kregen geen tijd om te overleggen en naar de wapens te grijpen. (…). En terwijl hun angst zich manifesteerde in hun geschreeuw en gedraaf, drongen onze soldaten (…) het kamp binnen. Daar boden de mannen die in allerijl de wapens hadden kunnen grijpen korte tijd weerstand, en vochten tussen de karren en bagagewagens. (…) Maar er was ook een grote groep vrouwen en kinderen en deze sloegen nu naar alle kanten op de vlucht. Ik stuurde de ruiterij achter hen aan. De Germanen hoorden gegil achter zich en toen zij zagen dat hun vrouwen en kinderen gedood werden, smeten zij hun wapens neer (…) en renden hals over kop weg uit het kamp. Toen zij bij het punt waren gekomen waar Maas en Rijn samenstromen, zagen zij geen heil meer in verder vluchten. Een groot aantal van hen werd gedood en de rest wierp zich in de rivier, waar zij omkwamen overweldigd door angst, vermoeidheid en de kracht van de stroom.’

Bron: Vrije Universiteit Amsterdam.




Aantal keren gelezen:800.

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather
FacebookrssFacebookrssby feather

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *