Waarlijk Wonderbaarlijke Wetenschap

10 vrouwelijke wetenschappers die de Nobelprijs hebben gekregen

Nobelprijs

Sinds 1901 wordt er op zes verschillende gebieden jaarlijks een Nobelprijs toegekend. In totaal ontvingen 870 personen (naast 23 organisaties) sindsdien een Nobelprijs. Daarvan waren er slechts 48 vrouw. Het aantal keren dat de Nobelprijs aan een vrouw is toegekend is over de jaren wel gestegen: tot 1920 waren dat er slechts 4, sinds 2001 is de Nobelprijs al 19 keer aan een vrouw toegekend. Vandaag, 8 maart, is het de Internationale Dag van de Vrouw. Een goede gelegenheid om een selectie te presenteren van tien vrouwelijke wetenschappers die ooit de Nobelprijs hebben ontvangen.

Alfred Nobel.

Alfred Nobel.

Alfred Nobel
De Nobelprijs is ingesteld door Alfred Nobel in 1895. Toen ondertekende de uitvinder van dynamiet zijn testament, waarin hij het grootste deel van zijn vermogen naliet om jaarlijks aan personen die een belangrijke bijdrage aan de wetenschap (Natuurkunde, Scheikunde en Geneeskunde), Literatuur of Vrede hadden geleverd te eren met een prijs met internationale uitstraling. Sinds 1968 is daar door de Zweedse Rijksbank nog de prijs voor Economische Wetenschap aan toegevoegd.

Het ontstaan van de Nobelprijs is anekdotisch. Toen Alfred Nobel in 1888 in Parijs verbleef las hij een necrologie over zichzelf in de krant, waarin hij met name herdacht werd als ‘handelaar in de dood’, omdat met zijn uitvinding van dynamiet grote aantallen mensen de dood vonden in oorlogen. De necrologie bleek een misverstand – het was zijn broer Ludvig die pas overleden was – maar voor hem was dit wel aanleiding om te pogen zijn naam te zuiveren. Om die reden stelde hij later de Nobelprijs in voor ‘hen die in het afgelopen jaar aan de mensheid het grootste nut hebben verschaft’.

Een selectie van vrouwelijke Nobelprijswinnaars
Hieronder volgt een selectie van vrouwelijke Nobelprijswinnaars in de vier wetenschappelijke specialisaties. Niet omdat de Nobelprijs voor Literatuur of Vrede minder belangrijk zou zijn, maar omdat ons webmagazine nu eenmaal Waarlijk Wonderbaarlijke Wetenschap heet. De selectie is op chronologische volgorde van toekenning. Een staalkaart van vrouwelijk vernuft.

Marie Curie.

Marie Curie.

Marie Curie (1903, Natuurkunde)
De ontdekking van radioactiviteit in 1896 door Henri Becquerel inspireerden Marie Curie (1867 – 1934) en haar man Pierre om dit fenomeen verder te onderzoeken. Zij ontdekten dat het mineraal pitchblende radioactiever was dan uranium en dat het andere radioactieve bestanddelen moest bevatten. Zij ontdekten twee eerder onbekende elementen, polonium en radium, die beide radioactiever dan uranium zijn.

Marie Curie betaalde een hoge prijs voor haar wetenschappelijk onderzoek: in 1934 overleed zij aan leukemie, naar alle waarschijnlijkheid opgelopen door straling tijdens haar onderzoekingen.

In 1911 ontving zij als enige vrouw voor de tweede keer de Nobelprijs, deze keer in de Scheikunde, voor haar verdere onderzoek naar polonium en radium.

Irène Joliot-Curie.

Irène Joliot-Curie.

Irène Joliot-Curie (1935, Scheikunde)
Irène Joliot (1897 – 1956), dochter van de tweevoudig Nobelprijswinnares Marie Curie en echtgenote van Frédéric Joliot, ontving in 1935 de Nobelprijs voor scheikunde voor haar synthese van nieuwe radioactieve elementen. In 1934 wist zij boor te transformeren in radioactief stikstof, magnesium in silicium en radioactieve isotopen van fosfor uit aluminium. Twee jaar daarvoor, in 1932, hadden ze ontdekt dat beryllium hoog-energetische straling uitzendt bij beschieting met alfadeeltjes. Voor het eerst in de geschiedenis was hiermee kunstmatig een radioactief element gecreëerd.

In tegenstelling tot haar moeder was Irène Joliot ook politiek actief. Zij werd de eerste vrouwelijke minister in Frankrijk. Ook zij overleed uiteindelijk aan leukemie ten gevolge van haar radioactief onderzoek.

 

Gerty en Carl Cori in hun laboratorium.

Gerty en Carl Cori in hun laboratorium.

Gerty Cori-Radnitz (1947, Geneeskunde)
Gerty Cori (1896-1956) ontving samen met haar man Carl en een derde de Nobelprijs voor hun ontdekking van de manier waarop glycogeen in het lichaam wordt afgebroken en opnieuw gesynthesiseerd als energiebron en -voorraad. Gerty en Carl Cori deden vanaf de jaren ’20 onderzoek naar de stofwisseling van koolhydraten, en dan met name de rol van suiker (glucose) in dit proces en de functie van enzymen in dierlijke weefsels. Zij ontdekten de glycolyse in gezwellen.

Alhoewel ze gezamenlijk onderzoek deden lukte het Gerty slechts moeizaam om, net als haar man, een betaalde onderzoeksfunctie aan een universiteit te krijgen. Pas na de toekenning van de Nobelprijs werd zij benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Washington.

 

Maria Göppert-Mayer.

Maria Göppert-Mayer.

Maria Göppert-Mayer (1963, Natuurkunde)
Maria Göppert (1906-1972) creëerde samen met Hans Jensen het eerste geavanceerde model van de schillenstructuur van een atoomkern. Hierbij is de kern opgebouwd uit schilvormige lagen waarin nucleonen bewegen.

Gedurende dertig jaar werd haar geen betaalde functie op een Amerikaanse universiteit verleend en deed zij onbezoldigd onderzoek, officieel als assistente van haar man, totdat ze uiteindelijk in 1960 aangesteld werd op de Universiteit van Californië als professor natuurkunde.

 

Dorothy Crowfoot-Hodgkin.

Dorothy Crowfoot-Hodgkin.

Dorothy Crowfoot-Hodgkin (1964, Scheikunde)
In 1964 ontving Dorothy Crowfoot-Hodgkin (1910-1994) de Nobelprijs voor haar onderzoek naar de structuur van belangrijk biochemische stoffen met behulp van röntgentechnieken. Zij gebruikte de techniek van röntgenkristallografie om de structuur te bepalen van cholesteryl-jodide (1943), penicilline (1944) en vitamine B12 (1963). Haar ontdekking van de bijzondere ringstructuur van penicilline gaf belangrijke aanwijzingen over de manier waarop het antibioticum werkte.

Dorothy Crowfoot werd op haar 24ste getroffen door reumatoïde artritis, waardoor zij een groot deel van haar leven in een rolstoel zou doorbrengen. Dat hield haar echter niet af van haar wetenschappelijk onderzoek.

 

Rita Levi-Montalcini.

Rita Levi-Montalcini.

Rita Levi-Montalcini (1986, Geneeskunde)
Rita Levi (1909-2012) ontving in 1986 de Nobelprijs voor haar ontdekkingen van groeifactoren. Mensen ontstaan uit een enkele cel die zich telkens deelt om nieuwe cellen te vormen. Uiteindelijk ontstaan verschillende soorten cellen met verschillende functies. De ontdekking van cellen die nu als groeifactoren worden aangeduid heeft de kennis vergroot over medische problemen zoals misvormingen, dementie, vertraagde wondgenezing en tumorziekten.

Rita Levi werd geboren in een Joodse familie. Hierdoor was zij na 1938 in het fascistische Italië niet in staat om een academische functie uit te oefenen. Zij liet zich hierdoor niet van haar wetenschappelijk onderzoek afhouden; haar eerste laboratorium installeerde zij in haar slaapkamer.

Françoise Barré-Sinoussi.

Françoise Barré-Sinoussi.

Françoise Barré-Sinoussi (2008, Geneeskunde)
Samen met Luc Montagnier ontving Françoise Barré-Sinoussi in 2008 de Nobelprijs voor hun ontdekking van het menselijk immuundeficiëntievirus (hiv), de veroorzaker van de immuunziekte aids. Samen met Montagnier deed Barré onderzoek aan het Franse Institut Pasteur naar retrovirussen. Hierbij isoleerde Barré lymfkliercellen van patiënten waarvan het afweersysteem compleet lam was gelegd – een ziekte die pas later de naam aids zou krijgen. In deze cellen vonden ze het enzym reverse transcriptase – een enzym dat retrovirussen nodig hebben om zichzelf te vermenigvuldigen in de cellen van een gastheer. Deze retrovirussen kregen uiteindelijk de naam humaan immuundeficiëntievirus (hiv).

In 2009 schreef Françoise Barré een open brief aan paus Benedictus XVI waarin zij protesteerde tegen zijn omstreden verklaring dat ‘condooms op zijn best ineffectief zijn in de strijd tegen hiv’.

Elinor Ostrom.

Elinor Ostrom.

Elinor Ostrom (2009, Economie)
Elinor Ostrom (1933-2012) is tot nu toe de enige vrouw die de Nobelprijs voor Economie heeft ontvangen. Zij ontving deze prijs voor haar analyse van economisch bestuur, vooral van gemeenschappelijke voorraden. In haar boek ‘Governing the Commons’ toonde ze aan hoe gemeenschappelijk bezit met succes beheerd kan worden door gebruikersverenigingen en dat economische analyse de meeste vormen van sociale organisatie kunnen verduidelijken. Haar onderzoek had een grote invloed op politieke wetenschappers en economen. 


Ada E. Yonath.

Ada E. Yonath.

Ada E. Yonath (2009, Scheikunde)
Ada Yonath (1939) begon in 1970, samen met anderen, een dertig jaar durend onderzoek naar de structuur van het ribosoom, een complex van eiwitten en RNA-ketens in de cel dat een heel belangrijke functie heeft bij de opbouw van eiwitten. Deze verworven kennis van het ribosoom is onder andere belangrijk gebleken bij het vervaardigen van antibiotica.

 

 

Youyou Tu.

Youyou Tu.

Youyou Tu (2015, Geneeskunde)
Youyou Tu (1930) ontving vorig jaar de Nobelrpijs voor haar ontdekking van een nieuw behandelmethode tegen malaria. Gebaseerd op haar studie van traditionele Chinese geneeskunst in de jaren ’70 wist zij een substantie, artemisinin, te ontwikkelen dat de malaria-parasiet bevat. Op basis van artemisinin zijn er medicijnen ontwikkeld die het leven hebben gered en de gezondheid hebben bevorderd van miljoenen mensen.

Bron: Nobelstichting.




Aantal keren gelezen:884.

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather
FacebookrssFacebookrssby feather

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *